donderdag 12 november 2015

Geschiedenis: algemene informatie

Graag wil ik bij het vak geschiedenis stilstaan. Het is een mooi, interessant en belangrijk vak. Vaak wordt de tekst klassikaal gelezen en maken de leerlingen de opdrachten uit het werkboek. Doe jij dit ook? Dan sla je de plan mis want je moet aan het historisch denken en redeneren werken, omdat kinderen dat te weinig ontwikkelen. Hieronder vertel ik hoe je dat zou kunnen doen.

Historisch tijdsbesef
Het ontwikkelen van historisch tijdsbesef is erg belangrijk. Daarom is het erg belangrijk om een tijdbalk in de klas te hebben. Op http://www.historischtijdsbesef.nl/tijdbalk/ kan je de tijdbalk downloaden. Er zijn drie niveau's. Dit heeft te maken met de leeftijd. Het is de moeite waard om even verder op de website http://www.historischtijdsbesef.nl/ te kijken.

Historisch denken en redeneren
Historisch denken en redeneren is erg belangrijk. Er zijn al vele wetenschappelijke artikelen geschreven over dit onderwerp. Welke werkvormen zet je in om het historisch denken en redeneren te bevorderen?

  • Webquest 
  • Verhalen vertellen
  • Strip laten maken over een hoofdstuk 
  • Onderwijsleergesprek
  • Debat voeren (inleven in de mensen uit die tijd)
  • Waar denk je aan bij.... Bijvoorbeeld: in het midden staat koning Willem I afgebeeld. De leerlingen tekenen gebeurtenissen, landschappen e.d. die bij koning Willem I en die tijd horen.
  • Interview. Verplaats je in....
  • Teken ... Voorbeeld: De leerkracht omschrijft de eerste trein. De leerlingen luisteren hiernaar. Als de leerkracht klaar is met de omschrijving tekenen de leerlingen de eerste trein.
  • Muurkrant
  • Een eigen tijdbalk maken
  • Een historisch persoon met een praatwolk. Bijvoorbeeld: De leerlingen krijgen een blad met daarop koningin Wilhelmina. Daarboven staat een grote praatwolk. De leerlingen zetten in het praatwolkje de redenen waarom koningin Wilhelmina naar Engeland vluchtte. Ik wil dat de leerlingen zich verplaatsen in de persoon. Waarom vlucht de koningin? Wat dacht ze toen ze dat besloot? Wat deed ze in Engeland? Hoe voelde ze zich in Engeland?
  • Continuïteit, verandering of structuren? Bijvoorbeeld: De leerlingen worden verdeeld in groepjes van vier. Elk groepje krijgt kaartjes. Aan de linkerkant komen de kaartjes die bij de geallieerden horen en aan de rechterkant de kaartjes die bij de centralen horen. De leerlingen plaatsen de kaartjes bij de goede groep. De leerlingen zien een structuur hierin. Als de leerlingen de kaartjes op de goede plek hebben gelegd wordt het nabesproken. Wat is er gebleven en wat is er veranderd? Zijn er nog landen communistisch, bijvoorbeeld.
  • Oorzaak en gevolg. Bijvoorbeeld: De leerlingen worden verdeeld in groepjes van vier. Per groepje krijgen de leerlingen een blad met vier vakken. De leerlingen tekenen in elk vak een gebeurtenis. In vak één tekenen de leerlingen een oorzaak van de Eerste Wereldoorlog. In vakje twee tekenen de leerlingen een gebeurtenis dat een gevolg was van de Eerste Wereldoorlog. In vakje drie tekenen de leerlingen weer een gevolg naar aanleiding van vakje één en twee. In vakje drie tekenen de leerlingen weer een gevolg naar aanleiding van vakje één, twee en drie. De leerlingen zijn hier bezig met oorzaak en gevolg.

Websites

Tijdbalk
Bron: www.historischtijdsbesef.nl

Webpaden canon
Op deze website is er voor elke canon een webpad! http://webje.yurls.net/nl/page/732123

Thinglink
Thinglink is een website waar je interactieve platen kan maken. Hieronder zie je een voorbeeld


Geschiedenis en didactiek - Universiteit Utrecht
Op deze website zijn lesbeschrijvingen te vinden die het historisch denken en redeneren bevorderen. Dit lesmateriaal is voor het primair en voortgezet onderwijs. Uiteraard kunnen de opdrachten aangepast worden aan de leeftijd en het tijdvak. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen